Op 1 juli 2008 kwam ik erachter dat ik behoorlijk veel rookte zonder erbij te drinken, maar verbijsterend weinig dronk zonder erbij te roken. Ik heb het dan over het drinken van bier, waar ik gek op ben. Ik kwam daarachter door de invoering van Het Rookverbod in de horeca. Ineens mocht het niet meer in de kroeg: drinken en roken tegelijk. Nou ja, ineens. Eerst kwam de zomer nog. In de zomer kon je gewoon lekker doorstomen op het terras. Maar helemaal op mijn gemak zat ik daar niet. Het dreigende onheil zette mij toch aan het denken.
Het idee dat cafés er zijn voor de gezelligheid, leek mij altijd al een ernstig misverstand. Voor mij was gezelligheid slechts een bijkomstigheid. Ik kwam in het café om te roken en om bier te drinken. Dat alles het liefst in ongezonde hoeveelheden, en het liefst in het gezelschap van mensen die precies hetzelfde wilden. Kroegbazen — en dan heb ik het niet over hippe vogels die hun grand café een kroeg durven te noemen — dankten hun boterham dan ook voornamelijk aan mensen zoals ik, dacht ik. Mensen die een leuk en aangenaam leven prefereerden boven een strak en gezond lijf. Mensen die niet keken op een verslavinkje meer of minder. Mensen die niet een uurtje naar de kroeg gingen, maar een dag. Mensen die na een kroegbezoek niet met fris ruikende kleren wilden thuiskomen, maar met het aroma van een asbak. Met een kop erop. En met liters pils achter de kiezen. Dan hoefde je de volgende ochtend tenminste niet na te denken over de vraag waar je de vorige avond ook alweer was. Natuurlijk kon het tijdens die urenlange kroegsessies gezellig zijn, dat ga ik niet ontkennen, maar dat was dus niet waar ik in eerste instantie voor kwam. Ik wilde drinken en daarbij roken. Over naar de kroeg gaan voor mijn gezondheid — wat sommige mensen tegenwoordig blijkbaar willen — heb ik nooit nagedacht. Het lijkt mij zoiets als in een achtbaan stappen en dan zeggen: “niet te hard, hè!”
Al snel na de invoering van Het Rookverbod werd het café — het voormalig domein van rokende veeldrinkers als ik — bevolkt door de niet rokende gezonde gezelligheidszoeker. Vanaf het terras zag ik hem zitten in zijn rookvrij café. Hij had zich er zoveel van voorgesteld, en daar zat hij dan. Zijn overwinning te vieren met een cola light. In zijn eentje. Lekker gezond te zijn. Maar waar was zijn gezelligheid? Die zat buiten. Te roken. Volgens mij vond de Niet-Roker er op deze manier maar weinig aan. Niet veel later kwam hij naar buiten en ging bij ons Rokers zitten. Het was tenslotte juli, het was mooi weer. Af en toe wapperde de Niet-Roker met zijn hand wanneer er een vage vleug tabakslucht voorbij kwam waaien. Bah! Een paar uur zat de Niet-Roker zo op het terras. Een beetje ongemakkelijk. Ik stelde mij voor hoe hij even later thuiskwam. Geërgerd zag ik hem de kapstok in de gang voorbij lopen. Hij hing zijn jas wel op het balkon. Om te luchten. Hij stonk naar rook. Naar rook! Dat was toch eigenlijk niet eerlijk? De Niet-Roker had toch zeker wel het recht om een paar uur op het terras te slijten zonder met een naar rook stinkende jas thuis te komen! Dit was belachelijk, hij zou het direct aankaarten bij de anti-rokersclub Clean Air Nederland. Die lui waren zo fanatiek antirook, dat zelfs de rookworst voor zijn bestaan moest vrezen.
Op de buitenlandpagina’s las ik dat Het Rookverbod in sommige deelstaten van Duitsland en in België deels was opgeheven. In kleine cafés zonder keuken kon straffeloos worden doorgerookt. Dat gaf De Roker moed. Ik bestelde nog een pils. De barman stond toch buiten, te roken. Op de binnenlandpagina’s aangekomen, veranderde mijn humeur. Ik las dat het volstrekt krankzinnige idee van de net opgerichte Rokerskerk — roken als religie — geen enkele kans van slagen had. En dat de Stichting Red De Kleine Horecaondernemer een rechtszaak op alle fronten verloren had. Sterker nog, de allereerste boete voor het overtreden van Het Rookverbod was zojuist uitgedeeld aan de uitbater van café Lindeboom in Alkmaar. Ik begon mij zorgen te maken. Ik zat daar wel lekker in de zon, te roken, maar ik wist dondersgoed dat die zomer niet eeuwig ging duren. Nog even en ik stond echt voor de keuze: stoppen met roken of stoppen met kroegbezoek?